Korte geschiedenis van de GKfDe GKf is een beroepsvereniging van fotografen en bestaat inmiddels ruim 65 jaar. Het is een kleine maar dappere vereniging, die haar stem en invloed op diverse fotografieverwante terreinen heeft laten klinken. Bekende, beroemde en minder tot de onmiddellijke verbeelding sprekende namen bevolken de ledenlijsten van de afgelopen jaren. Enigszins verwaand of gewoon trots zouden deze ledenlijsten gelezen kunnen worden als een spiegel van de Nederlandse fotografie.
Het huidige ledenbestand vertegenwoordigt inmiddels een veel breder scala van de fotografische beroepspraktijk dan de oprichters ooit voor ogen stond; zij vonden elkaar in de verwantschap met de geëngageerde documentaire fotografie. In 1948 trad de Vakgroep Fotografie van de Vereniging van Beoefenaars der Gebonden Kunsten in de Federatie (GKf) voor het eerst met haar werk naar buiten. In het Stedelijk Museum van Amsterdam werd de tentoonstelling Foto '48 geopend. Tegelijkertijd verscheen er een speciale editie van het tijdschrift Kroniek van Kunst en Kultuur; het 'voorwoord' gold als het credo van de GKf-fotografen: ‘De fotografen van de G.K.F. willen met de tentoonstelling Foto '48 een beeld geven van de hedendaagse fotografie. Het doel van de fotografie is niet het mooie plaatje, maar mededeling door middel van de camera. De fotografie vervult een dienende functie en is in de practijk gebonden aan de opdracht.' Carel Blazer, Emmy Andriesse, Eva Besnyö, Wim Brusse, Jan Kann, Cas Oorthuys, Claar Pronk en Lex Metz waren leden van deze Vakgroep. Niet veel later sloten ook Ad Windig, Cok de Graaff, Hans Wolf, Krijn Taconis, Eva Besnyö, Lood van Bennekom en Jaap d'Oliveira zich aan. Een aantal kende elkaar al van vóór de oorlog doordat zij lid waren van andere verenigingen. Sommigen waren tijdens de bezetting betrokken bij illegale activiteiten zoals de Persoonsbewijzen-centrale en de Ondergedoken Camera.
Vanzelfsprekend bleven een paar fotografen, die inmiddels hechte vrienden waren geworden, elkaar na de oorlog regelmatig ontmoeten. Eva Besnyö: ‘We waren zeer bevriend met elkaar, al van vóór de oorlog. Dus ik weet niet precies hoe het met de GKf begon.' In den beginne , hoewel de start van de Vakgroep Fotografie dus enigszins diffuus is, bleek al snel uit welk hout deze fotografen gesneden waren. Sem Presser, gevraagd naar een karakterisering van de GKf-fotografen, trok een vergelijking met de NVF: ‘De NVF behartigde de journalistieke belangen van de fotografen, dus onderhandelingen met dagblad-uitgevers, politie-doorlatingsbewijzen, treinkaarten en reductiekaarten voor journalisten terwijl de GKf altijd de kant van de kunst is uitgetrokken. Zij kreeg ook via de kunstenaarsfederatie contacten met ministeries en met allerlei andere kunstorganen en gemeenten. De GKf-fotografen hadden toch wel duidelijk kunstzinnige aspiraties en stelden zich ten aanzien van de overheid als kunstenaars op.' De discussie over afsplitsing door de afzonderlijke Vakgroepen die bij verschillende gelegenheden aan de orde was gesteld, leidde op 20 april 1968 tot de ontbinding van de Vereniging van Beoefenaars der Gebonden Kunsten in de Federatie. De verschillende Vakgroepen vormden vijf nieuwe beroepsverenigingen. De fotografen besloten de afkorting GKf te blijven gebruiken. Een zelfstandige Vereniging De nieuwe beroepsvereniging van fotografen ging voortvarend van start. De gedachten van de vereniging over de verlening van opdrachten, stipendia en beurzen aan fotografen werden verwoord in een brief aan de Amsterdamse Kunstraad. De GKf suggereerde dat een jaarlijkse foto-opdracht een stap in de goede richting zou zijn. Bovendien zouden de resultaten de bestaande lacunes in het gemeentearchief van Amsterdam kunnen opvullen. Vanaf 1973 werd de documentaire foto-opdracht ondergebracht bij het in 1971 opgerichte Amsterdamse Fonds voor de Kunst. Tegelijkertijd voerde 'het Fonds' de vrije-creatieve opdracht in, waarbij de fotograaf vrij werd gelaten in de keuze van zijn onderwerp. De vertegenwoordiging van de GKf in de commissie fotografie van de Amsterdamse Kunstraad bleek bij dit soort initiatieven van eminent belang.
In 1976 volgde de Amsterdamse Kunstraad het voorstel van de commissie fotografie een zogenaamde 'archief-opdracht' in te stellen. Deze moest oudere fotografen in de gelegenheid stellen uit hun archief de mooiste Amsterdamse foto's te kiezen en deze -vaak voor het eerst- af te drukken. Landelijke Politiek De GKf kreeg in de jaren zeventig eigen contouren. Er werd aangedrongen op een budget voor de fotografie binnen de begroting van CRM. De Tweede Kamer-leden werden verrast met een fotocollage over Uw Beleid In Beeld. Bij de behandeling van de CRM-begroting 1973 bleken veel kamerleden ‘om' te zijn, maar de poging via amandement een bedrag van f 250.000 ten behoeve van de fotografie los te peuteren mislukte. Sandberg, direkteur van het Stedelijk Museum, schaarde zich bij de opening van de GKf-tentoonstelling Groepsfoto in ‘zijn' Stedelijk Museum achter het streven van de GKf-fotografen voor de erkenning van hun vak.
VerenigingslevenOscar van Alphen wilde rond 1970 een uitbreiding van het ledental teneinde een vuist te kunnen maken, onder andere naar de landelijke politiek. Hij stelde voor actief te balloteren en daarnaast aspirant-leden te werven op academies en fotovakscholen. Carel Blazer zag de GKf als een belangenvereniging en wenste meer invloed door fotografen in opdrachtsituaties. Met thema-avonden, bulletins, ledenvergaderingen-met-eten-na, ludieke acties, tentoonstellingen en Federatie-feesten trachtte het GKf-bestuur de betrokkenheid van de leden te vergroten.
Fotografenfederatie / Fotografisch CentrumOnder voorzitterschap van Kors Van Bennekom streefde het bestuur naar samenwerking met andere beroepsorganisaties van fotografen. Gezamenlijk optreden op het gebied van auteurswethandhaving, onderwijs, sociale en economische zaken, het beleid van CRM en de BKR zou meer effect sorteren dan individuele acties van de GKf. In 1974 werd er gesproken over de oprichting van een Fotografen-federatie waarvan GKf, BFN en NVF deel zouden uitmaken.
De drie verenigingen werkten al langer samen in de Amsterdamse Kunstraad en bereidden op dat moment een advies voor met betrekking tot de oprichting van een Fotografisch Centrum (FC). Dit 'fotohuis' zou verschillende taken krijgen: het zou plaats moeten bieden aan de archieven van fotografen, een centrale documentatie aanleggen van alle in Nederland bestaande fotoverzamelingen, informatie verstrekken over de werkterreinen van werkende fotografen, de geschiedschrijving van de Nederlandse fotografie ter hand nemen, een contrôle-orgaan zijn ter bescherming van het auteursrecht op foto's alsmede een ontmoetingscentrum voor fotografen worden.
Het GezichtOndertussen werkte de GKf hard haar gezicht naar buitenwereld duidelijker te profileren. In 1976 overhandigde Paul Huf het eerste exemplaar van een geïllustreerde ledenlijst aan Emile Meijer, directeur van het Rijksmuseum Vincent van Gogh. Het persbericht schetste een optimistisch beeld van de stand van zaken: De gemeente Amsterdam verleende foto-opdrachten, de Stichting Beeldende Kunst stelde de ABN-galerij voor exposities ter beschikking en leende nu ook foto's uit, het Rijksmuseum maakte een begin met een foto-opdrachten-beleid en twee fotogaleries (Canon en Fiolet) hadden zich in Amsterdam gevestigd: ‘Bij deze ontwikkelingen heeft de GKf een adviserende en vaak ook initiatiefnemende rol gespeeld.' De GKf timmerde dus behoorlijk aan de weg. De samenwerking met de tijdschriften Foto en Nieuwe Revu mondde in 1976 en '77 bijvoorbeeld uit in maandelijkse fotoseries door verschillende GKf-fotografen. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw won de fotografie aan status.
Steeds vaker namen organisaties en mensen van buiten de GKf initiatieven op fotografiegebied, maar men kon of wilde nog altijd niet om de vereniging heen. De GKf werd gezien en gebruikt als een klankbord voor ideeën van buitenaf. Wim Vroom, directeur van de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum, legde bijvoorbeeld al in een vroeg stadium aan de GKf zijn plan voor met betrekking tot de jaarlijkse foto-opdrachten. Dutch Photography ontvouwde het plan om 'klassieke foto's' permanent te exposeren en Perspektief, Centrum voor Fotografie in Rotterdam, lichtte op een GKf-vergadering haar plannen toe en nodigde de vereniging uit voor een symposium over fotografie-onderwijs. Frans De la Cousine vond in 1982 dat de GKf zichzelf had overleefd en hij startte daarom met enkele gespreksrondes met als doel de leden een standpunt te ontfutselen en organisatorische veranderingen door te voeren. Het 'Heukelum-initiatief', genoemd naar de woonplaats van bestuurslid Toon Fey, mondde uit in het voorstel de GKf op te splitsen in drie werkgroepen, die op inhoudelijke gronden de fotografie in drie uitingen onderverdeelde: kunstuiting (autonoom), sociaal engagement (documentair) en toegepast (reclame of wervende fotografie). Het was een serieuze poging de uiteenlopende fotografische stijlen van de inmiddels 102 GKf-leden ter discussie te kunnen stellen en te definiëren. Een brief die bij de Informatiebrochure GKf, 1984 werd verstuurd, geeft inzicht in de veranderde (fotografie)wereld waarin de GKf zich gedwongen zag te positioneren: ‘Ongetwijfeld is het u niet ontgaan dat er met de fotografie in 1984 in Nederland van alles aan de hand is. Denk maar aan de twee fotomanifestaties in Amsterdam en in Enschede, afgelopen zomer. (...) Verder waren er dit jaar activiteiten betreffende het archief Hartkamp, een Fotomuseum in Haarlem, het Nederlands Fotoarchief en het Bureau Fotoauteursrechten BURAFO.
De druk op de overheid om fotografie eindelijk eens de plaats te geven in het beeldende kunstbeleid neemt toe. De Beroepsvereniging van fotografen GKf is één van de drijvende krachten achter deze aktiviteiten, vooral als het gaat om kontakten met de overheid, het ministerie van WVC. Om de positie van de fotografie zo goed mogelijk te behartigen zou de GKf alle fotografen van kwaliteit moeten verenigen. (...).'
Bruisend verenigingslevenVanzelfsprekend kon niemand toen vermoeden dat de vereniging elf jaar later zou zijn uitgegroeid tot een volwassen organisatie met bijna 200 leden, een betaalde bureaumedewerker, een professioneel eigen tijdschrift Hollands Licht en een scala aan jubileumactiviteiten in het kader van het 50-jarige bestaan. De GKf organiseerde thema-avonden die aansloten bij de actuele stand van zaken op fotografiegebied. Ter introductie van nieuwe leden werden de 'De GKf ontmoet zichzelf'-avonden georganiseerd en in informeel overleg met het Nederlands Foto Instituut uitte de GKf haar wensen en ideeën. Daarnaast bleef de GKf op haar qui-vive als het ging om auteursrechten. Zij sloot zich aan bij de in 1984 opgerichte Stichting Foto Anoniem. Het bestuur en de GKf-commissies lieten en laten hun invloed op diverse terreinen gelden.
Desondanks blijft de vraag actueel wat de GKf-leden nu precies bindt. Wellicht kwam Carel van Hees het dichtst bij de waarheid toen hij zijn motivatie als volgt samenvatte: ‘Ik ben lid geworden van de GKf omdat ik me met de mensen verbonden voelde die al lid waren -uitgaande van uitspraken van die mensen, maar ook van hun foto's. GKf-mensen stáán ergens voor, ze staan op een bepaalde manier in het leven en daar voel ik me bij thuis.' (dit is een bewerking van de tekst "Vijftig jaar GKf" van Josephine van Bennekom) |
